Overslaan naar inhoud

Valt mijn systeem onder de zwaarste categorie?

Hoe de indeling werkt, waarom ze volgt uit de toepassing en niet uit uw sector, en waar de uitzondering zit die de meeste organisaties over het hoofd zien.

Laatst nagekeken: 4 september 2026


De vraag wordt vaak gesteld als "valt onze sector eronder". Zo werkt het niet. De verordening kijkt naar wat een systeem doet, niet naar wie het gebruikt. Twee organisaties in dezelfde sector kunnen met hetzelfde softwarepakket in twee verschillende categorieën vallen, afhankelijk van waarvoor ze het inzetten.

Artikel 6 beschrijft twee wegen naar de zwaarste categorie, en één uitzondering die daar weer uit leidt.


De eerste weg: AI in een product

 Een systeem is hoogrisico wanneer aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • het systeem is bedoeld als veiligheidscomponent van een product, of het is zelf zo'n product, en het valt onder de harmonisatiewetgeving van bijlage I en voor dat product moet een conformiteitsbeoordeling door een derde partij worden uitgevoerd.

Bijlage I omvat onder meer machines, speelgoed, liften, medische hulpmiddelen, luchtvaart en voertuigen. Dit is de route die voor productiebedrijven en ziekenhuizen het meest relevant is.

Beide voorwaarden moeten vervuld zijn. Een AI-component in een product waarvoor géén beoordeling door een derde partij vereist is, valt langs deze weg niet in de categorie.


De tweede weg: de acht domeinen van bijlage III

 Bijlage III somt acht gebieden op. Systemen die daaronder vallen, zijn hoogrisico:

  1. Biometrie — identificatie op afstand, categorisering op basis van gevoelige kenmerken, en emotieherkenning. Biometrische verificatie die enkel bevestigt dat iemand is wie hij beweert te zijn, valt hier uitdrukkelijk buiten.
  2. Kritieke infrastructuur — als veiligheidscomponent bij digitale infrastructuur, wegverkeer, of de levering van water, gas, verwarming en elektriciteit.
  3. Onderwijs — toelating, evaluatie van leerresultaten, bepaling van het passende onderwijsniveau, en toezicht op ongeoorloofd gedrag tijdens toetsen.
  4. Werkgelegenheid en personeelsbeheer — gerichte vacatures plaatsen, sollicitaties analyseren en filteren, kandidaten beoordelen; en besluiten over arbeidsvoorwaarden, bevordering, beëindiging, taaktoewijzing op basis van gedrag of kenmerken, en het monitoren en evalueren van prestaties.
  5. Essentiële diensten — beoordelen of iemand in aanmerking komt voor overheidsuitkeringen; kredietwaardigheid en kredietscore van natuurlijke personen; risicobeoordeling en prijsstelling bij levens- en ziektekostenverzekering; en het evalueren van noodoproepen en de triage van patiënten.
  6. Rechtshandhaving — onder meer risicobeoordeling, leugendetectie en profilering.
  7. Migratie, asiel en grenstoezicht.
  8. Rechtsbedeling en democratische processen — ondersteuning van rechters bij feiten- en rechtsvinding, en systemen bedoeld om verkiezingsuitslagen of stemgedrag te beïnvloeden.

Twee uitzonderingen staan expliciet in de tekst: fraudedetectie is uitgesloten van de kredietbepaling, en louter administratieve of logistieke campagne-instrumenten vallen buiten punt 8.


De uitzondering die weinigen kennen

Hier zit het onderdeel dat in de meeste publieksuitleg ontbreekt.

Een systeem dat in bijlage III staat, is toch niet hoogrisico wanneer het geen significant risico op schade inhoudt voor gezondheid, veiligheid of grondrechten, onder meer doordat het de uitkomst van de besluitvorming niet wezenlijk beïnvloedt.

Die uitzondering geldt wanneer aan één van vier voorwaarden is voldaan. Het systeem is bedoeld om:

  • een beperkte procedurele taak uit te voeren;
  • het resultaat van een eerder voltooide menselijke activiteit te verbeteren;
  • besluitvormingspatronen of afwijkingen daarvan op te sporen, zonder bedoeld te zijn om de eerder voltooide menselijke beoordeling te vervangen of te beïnvloeden zonder behoorlijke menselijke toetsing;
  • een voorbereidende taak uit te voeren voor een beoordeling die onder bijlage III valt.

En dan de zin die alles terugdraait: een systeem uit bijlage III is altijd hoogrisico wanneer het profilering van natuurlijke personen uitvoert. Ongeacht die vier voorwaarden.

Dat is in de praktijk de scherpste grens. Een systeem dat afwijkingen in facturen signaleert, kan onder de uitzondering vallen. Datzelfde systeem dat afwijkingen in het gedrag van medewerkers signaleert, doet aan profilering en valt er nooit onder.


De uitzondering is niet gratis

Wie zich op die uitzondering beroept, neemt daarmee een verplichting op zich.

De aanbieder die meent dat een systeem uit bijlage III geen hoog risico inhoudt, moet die beoordeling documenteren voordat het systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld. Hij is bovendien onderworpen aan de registratieverplichting van artikel 49, lid 2, en moet de documentatie op verzoek aan de nationale bevoegde autoriteiten verstrekken.

Met andere woorden: "wij vonden dat het niet hoogrisico was" is geen verweer. Alleen "wij hebben vóór ingebruikname beoordeeld en vastgelegd waarom het niet hoogrisico is" telt.

De Commissie moest uiterlijk op 2 februari 2026 richtsnoeren publiceren voor de praktische uitvoering van artikel 6, met een lijst van praktische voorbeelden van gevallen die wel en niet hoogrisico zijn. Raadpleeg die naast de wettekst.


Waarom de sectorvraag de verkeerde is

Drie gevolgen van het bovenstaande.

  • Eén organisatie zit vaak in meerdere categorieën tegelijk
  • Uw wervingssysteem is hoogrisico, uw planningsmodule waarschijnlijk niet, uw klantenchat valt onder de transparantieplicht. De classificatie gebeurt per systeem, niet per onderneming.
  • Dezelfde software kan bij twee klanten anders uitvallen
  • Wat het systeem doet in uw proces bepaalt de uitkomst, niet wat de leverancier erover schrijft.
  • De kwalificatie verandert wanneer het gebruik verandert
  • Een systeem uit de uitzondering dat u vervolgens laat meebeslissen in plaats van voorbereiden, is niet langer uitgezonderd. Dat is ook het moment waarop u zelf aanbieder kunt worden.

Wat een audit hier doet

De inventaris komt eerst: welke systemen draaien er, en waarvoor worden ze feitelijk gebruikt. Daarna volgt per systeem de vraag welke weg van artikel 6 van toepassing is, of de uitzondering van lid 3 opgaat, en of er profilering plaatsvindt. En ten slotte de vastlegging: de beoordeling met haar motivering, in een vorm die u aan een toezichthouder kunt voorleggen.

Die kwalificatie is het werk van de aangesloten advocaten, in eigen naam en onder eigen beroepsaansprakelijkheid. Wij voeren de audit uit en stellen het rapport samen. Wij beoordelen geen conformiteit en geven geen certificaat af.

 Bronnen

  • Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), artikel 6 en bijlage III, zoals gepubliceerd in het Publicatieblad van 12 juli 2024
  • Artikel 49, lid 2, voor de registratieverplichting bij een beroep op de uitzondering
  • Verordening (EU) 2026/1744 (Digital Omnibus), voor de toepassingsdata van de hoogrisicoverplichtingen: 2 december 2027 en 2 augustus 2028

Dit artikel is algemene informatie en geen advies over uw situatie. De juridische kwalificatie in elk auditrapport komt van de aangesloten advocaten, in eigen naam en onder eigen beroepsaansprakelijkheid.